Daar kwamen we op omdat het ging over vasthoudendheid.   ‘Ik hou erg van bergwandelen. Het geeft rust, het geeft een fantastisch uitzicht als je daar boven bent, en bovenal het helpt mij om te reflecteren. Na te denken, of eigenlijk je hoofd leegmaken.    Ik vertel Nienke dat ik niet zo’n bergwandelaar ben – ooit in de buurt van de Jungfrau geweest in Zwitserland, maar dat ik mij in de verbeelding er veel van kan voorstellen. Bergwandelen lijkt romantisch, maar naar boven klimmen en soms klauteren is natuurlijk ook hard werken lijkt me, vraag ik haar. ‘Zeker’, zeg Nienke, ‘het is wel een kwestie van doorlopen en er is vaak ook geen weg terug, je moet door. En onderweg moet je ook nog eens terug kunnen vallen op het plan dat je beneden had. Dus ondoordacht naar boven gaan, is geen handige zet.’

 

De toon is gezet in ons gesprek en de metafoor is gevonden. De kunde in iemands leven, of dat nu op de hogeschool is of veel later in het leven, lijkt op het beklimmen van bergen. ‘Hoe was jij pad?’, vraag ik haar. ‘Ik heb psychologie gestudeerd, maar vooral later in de creatieve kanten van het bedrijfsleven gewerkt, zoals bij uitgeverijen. Daar merkte ik dat leiding geven aan mensen leuk vond. Vooral om samen nieuwe wegen in te slaan, innovaties te ontdekken, veranderingen door te voeren. ‘Wist je dan dat je een leider was?’, vraag ik Nienke. ‘Nou, je weet pas dat je een leider bent, als je het uitprobeert. Soms moet je daar ook tegen grenzen aanlopen om dat allemaal te ontdekken, maar ik ben een praktisch mens en hou ervan om met 20 dingen tegelijk bezig te zijn.’    

 

‘Dan heb je veel veerkracht nodig’, opper ik. En daar komt dan weer de berg metafoor tevoorschijn. Volhouden, maar ook in de spiegel kunnen kijken en jezelf afvragen: doe ik het goed? Vertelt Nienke. Doe ik het goed niet alleen voor mijzelf, maar klopt het ook voor anderen. Dat is het thema van het dienend leiderschap waar we het in een vorig gesprek over hadden.   

 

Dienend leiderschap. Een oude term voor een manier van leidinggeven waarin het niet gaat over de leider, maar over de groep. Het was Robert Greenleaf die er in een essay uit 1970 weer nieuwe woorden aan gaf:  ‘The servant-leader is servant first… It begins with the natural feeling that one wants to serve, to serve first.’ Om in de metafoor van het bergwandelen te blijven, het is niet de ‘ik’, de leider die omhoog moet klimmen om vandaar uit leiding te kunnen geven, het is de leider die de groep naar die plek krijgt om henzelf het uitzicht te laten zien.    Om dienend leider te zijn is er veel inzicht in het eigen kunnen nodig. Iedere groep heeft namelijk altijd een leider nodig, en iedere leider heeft de kans te vallen in het ego-zwaard. Een dienend leider kent eigen zwakheden en sterkten en weet dat de rol van leider een algemeen belang dient. Robert Greenleaf zag dat scherp: ‘This is my thesis: caring for persons, the more able and the less able serving each other, is the rock upon which a good society is built.’   

 

Ook een schrijver en denker als Simon Sinek, bekend om zijn idee van een ‘golden circle’ met in het midden de vraag over het waarom van een organisatie, gaat in zijn latere boek ‘Leaders eat last’ in op het idee van dienend leiderschap. ‘As leaders, it is our sole responsibility to protect our people and, in turn, our people will protect each other and advance the organization together.’   

 

‘Dat’, zegt Nienke, ‘is de rol van het onderwijs. Op onze hogeschool leren we de studenten om hun eigen bijzondere kompas te vinden in hun leven en latere carrière. Wie ben ik, is belangrijk dan wat kan ik? We leren jongeren hier reflecteren door hen ook een veilige omgeving te bieden, om de fouten te maken die nodig zijn, om hen intrinsiek te motiveren.’   In het vinden van je eigen kompas, in het leren van je eigen rol, vertelt Nienke zul je ook je eigen geluk vinden. Een boek dat Nienke zelf elke dag nog inspireert, zelfs zo dat het ze het herhaaldelijk weggeeft aan mensen, is ‘Het geluk’ van Manfred Kets de Vries. Het is een klein boekje, een handleiding volgens de schrijver zelf, en ik heb het in boekenkast staan. Over wat geluk nu is schrijft Manfred Kets de Vries veel zinvols en ik heb de neiging veel te citeren. Ik laat het bij deze: ‘Geluk is het resultaat van innerlijk succes – wat neerkomt op het leven ten volle begrijpen. Spelen en actief naar anderen luisteren zijn essentieel voor innerlijk succes omdat ze ons helpen kostbare zaken te verwerven, zoals vriendschap, liefde, goedheid, zorg voor anderen, vriendelijkheid en wijsheid.    Manfred Kets de Vries heeft zelf veel, heel veel managers, directeuren, bestuurders voor zich gehad op INSEAD, het Europese Management Instituut in Frankrijk en toch weet hij dat zakelijk succes niet alleen gelukkig maakt. Dat geluk leef en beleef je vooral aan de binnenkant. ‘Onze successen mogen niet worden afgemeten aan wat we bereikt hebben, maar aan de obstakels die we hebben overwonnen.’   

 

Voor Nienke Meijer is een obstakel die we in de samenleving nog te overwinnen hebben, het idee dat we slechts economisch naar ons onderwijs kijken. Als we niet oppassen creëren we een samenleving waar hele groepen buiten de boot vallen. De veranderingen gaan zo snel dat veel mensen dat niet kunnen bijbenen. Ik zie het als mijn taak om zoveel mogelijk mensen mee te nemen, daarom ben ik de voortrekker van Brainport Talent & Skills Akkoord, een document dat zeven afspraken bevat die Brainport Eindhoven tot hét economische ontwikkelgebied van Nederland moeten maken. Liefst200 ondernemers hebben dat persoonlijk ondertekend en hebben beloofd hun eigen werknemers verder op te leiden. Samen het pad omhoog te bewandelen. Niet stil staan, niemand achterlaten. Daarbij is een leven lang leren van groot belang. Een mooi voorbeeld van dienend leiderschap dus van die 200 ondernemers. Leren is samenleven en samenleven is samen leren. Dat betekent net alleen een vak onder de knie krijgen, maar ook je eigen mogelijkheden, je eigen talenten ontdekken. Groeien als mens. In de cultuur van de Fontys Hogescholen betekent dat er aandacht is voor de persoonsvorming van studenten en het welzijn van de mens. Leren en ontdekken gaan daarin samen.    Hoe is dat eigenlijk voor jou, vraag ik Nienke, maak jij een plan met je leven? Natuurlijk, antwoord ze, heb ik ambitie, wil ik impact maken, maar zoals je ook ontdekt als je een berg opgaat, het pad kan altijd anders zijn. Je hebt je voorbereidt – de juiste schoenen, een jas voor als het weer omslaat daarboven, een kaart – maar eenmaal onderweg kan een pad toch ineens anders lopen. Ziet de omgeving er anders uit. Je moet dan leren op 

jezelf terug te vallen. Zelfkennis is de eerste vereiste voor je carrière. Daarom hechten we daar veel aandacht aan in bijvoorbeeld onze praktijk labs of werkplaatsen hier op de hogeschool. Oefenen in een veilige omgeving om daarna je eigen pad te kiezen.   

 

Mijn eigen pad is een bredere weg, maar ik wil wel een bepaalde richting uit naar een plek waar ik kan bijdragen. Bijdragen in het geluk van anderen. Naar een plaats waar ik mensen kan raken. Met een ambitie om het onderwijs – zowel voor studenten als voor docenten – een plaats te geven waar geleerd en ontmoet kan worden. Waar we samen kunnen groeien. En dan moeten we loslaten om dat allemaal te plannen en in te kaderen, want daar wordt het onderwijs niet beter van. De kunde is juist om de mogelijkheden te creëren voor iedereen. Je eigen talenten te zien daar op die berg. Het uitzicht te krijgen op je eigen leven.   

 

Ik zag laatste een optreden van Nynke Laverman in Friesland. Ze zong het nummer ‘Seis Oere Thús’ (Zes uur thuis). In de videoclip zien we een jongen van een jaar of zeven op weg, en in zijn zak een knikker die een wereldbol is. Langzaam groeit die knikker, die wereldbol, tot de jongen op het eind wegvliegt met zijn wereldbol. Op weg, zijn eigen reis. Zes uur thuis geeft geen tijdslimiet aan, maar een bestemming. Als je de wijzers van de klok neemt, is zes uur een kompas dat naar het noorden wijst. True North, het ware Noorden, jouw bestemming. Thuiskomen.   

 

Het is een prachtig lied. Hier de eerste regels in het Fries:   

Kom dyn nêst út jonge

It nêst waarm fan ferline

Skuor iepen de gerdinen

Spring derút de dei is nij

Hearst de klokken

De takomst ropt om dy   

 

Er zijn van die liedjes die je bijblijven. Na het gesprek met Nienke Meijer is dit zo’n lied. ‘Hoor de klokken, de toekomst roept om jou.’ Het is een innerlijk kompas dat je de weg wijst. De weg wijst de berg op om daar je eigen uitzicht op je toekomst te geven.  

 

Ron van Es