Autoritjes, zelfs in de file, zijn dus zo gek nog niet. Zo ken ik een ondernemer die op weg terug na een zeer geslaagde deal in de auto dacht: is dit het nu? En in die auto zijn eigen onderneming bedacht waar de wereld een beetje beter van zou worden. Of die andere ondernemer die bijna als een visioen zag wat zijn eigen pad moest worden om te gaan en daar ook naar gehandeld heeft. 

 

Remco Kok vertelt me van de ambitieuze plannen die ze bij Stegeman/Imperial inmiddels hebben en ik word ter plekke vrolijk. Ik bedenk ook dat mensen zoals hij de ware pioniers zijn in de betekeniseconomie. Natuurlijk zal Remco dat wegwuiven en roepen dat het een team effort is, en dat is het ook. Maar iemand moet zijn of haar hand opsteken. Iemand moet in de auto geraakt worden en denken: kan het anders? En iemand moet de moed hebben om mensen bij elkaar te roepen en die vraag te stellen: wat moet anders? In het geval van Stegeman/Imperial had het natuurlijk ook te maken met een veranderende markt, een race naar de bodemprijs van een product en vooral met consumenten die bewuster zijn geworden met wat ze eten en niet meer willen eten. Hoe blijf je dan als bedrijf bestaan? Met zijn team kwam Remco uit bij een formule die hout snijdt: 0 – 50 – 100. De formule houdt in dat binnen 5 tot 7 jaar heel Stegeman/Imperial geen verspilling meer heeft. Dat is de 0. Zo rekende het team uit hoeveel varkens niet efficiënt worden benut, verspilling. Dat was niet misselijk. Door daar resoluut op in te gaan, ‘de wereld verdient beter’, geloven ze dat verspilling helemaal terug te brengen is. 

 

Dat vraagt om nieuwe ideeën, dat vraagt om verstandige besluiten, maar het vraagt vooral om vastberadenheid. Het gevolg is niet alleen dat je als bedrijf het goede doet, maar het geeft ook trots, en een een verhaal naar elkaar en naar buiten. De ‘50’ in de formule is zelfs nog ambitieuzer en staat ervoor dat Stegeman/Imperial de komende 5 tot 7 jaar wil komen tot een productrange waarvan 50% geen vlees bevat. Wacht even, een vleesverwerker gaat de komende jaren 50% minder vlees verwerken in hun producten? Precies. Remco Kok : ‘We hebben onszelf vragen gesteld over de relatie tussen vleeswarenproductie en onze planeet. Daar willen we positief aan bijdragen en tegelijkertijd producten aanbieden die ook lekker zijn.’ Door hierover na te denken en de hand in eigen boezem te steken en te zien dat zaken beter kunnen, steken ze daar bij Stegeman/Imperial hun hoofd niet in het zand, maar kiezen ze de weg naar voren. Niet voor niets werken ze bijvoorbeeld samen met Jaap Korteweg van de Vegetarische Slager en bieden hem productiecapaciteit met zijn 100% vegetarische producten. 

 

De ‘100’ ten slotte in de formule is dat er binnen 5 tot 7 jaar 100% transparantie is in de hele productieketen. Dat wil zeggen in het productieproces zelf, maar ook in het dierenwelzijn. Ook dat is de zorg voor de wereld: waar komen onze varkens vandaan en zijn ze goed behandeld? En hoe gaan we zelf om met ons proces? In dat verlangen naar 100% transparantie wordt juist ook het gesprek met organisaties die voor dierenwelzijn opkomen niet geschuwd. Transparantie is iedereen in je keuken mee laten kijken. Natuurlijk heeft een bedrijf een heldere doelstelling, verkoop van wat je maakt, maar dat hoeft niet vanuit een schimmige ‘achterkamer’. En die transparantie kan ook als je trots mag zijn op je product, hoe je het produceert, met welke intenties en vooral voor wie je het maakt. 

 

Stegeman/Imperial wil graag een voorbeeld zijn in de vlees industrie. Door de visie van het moederbedrijf op deze wijze door te vertalen in de Benelux, hoopt Remco Kok dat zijn sterke visie ook door andere zusterbedrijven binnen het moederbedrijf zal worden omarmd.  

 

Het is opvallend dat veel CEO’s van strakke start-ups uit Silicon Valley of ondernemers met een sexy verhaal over het verbeteren van de wereld met een idee zo makkelijk het toneel krijgen. We smullen van die verhalen. En terecht, want het zijn vaak goede verhalen. Maar het zijn wel startende bedrijven die de wind al mee hebben. Veel te weinig lees ik verhalen van bedrijven die een ommekeer maken. De verhalen van de ondernemers die de wind niet mee hebben omdat ze in een branche zitten waar vernieuwing niet over één nacht ijs kan. Over CEO’s die hun nek uitsteken en stapje voor stapje nieuwe terreinen opgaan en hun mensen daarin meenemen. Dat zijn de ingewikkelde verhalen. Dat zijn ook verhalen van weleens een nacht wakker liggen hoe 

je dit nu weer voor elkaar gaat krijgen. Het verhaal van overtuigen en moedig doorgaan. Het verhaal van de eigen purpose langzaam gestalte geven, misschien zelfs buiten de spotlights. Daarvoor moet je als ondernemer, als CEO, een pionier durven zijn. ‘To build an inspired, committed workforce, you’ll need middle managers who not only know the organization’s purpose but also deeply connect with it and lead with moral power.’ 

Deze zin komt uit het artikel ‘Creating a Purpose-Driven Organization’ in ‘Harvard Business Review’ van de hand van Robert Quinn en Anjan Thakor. En die zin legt precies bloot waar verandering over gaat. Niet alleen de leider met het idee, zoals Remco Kok, is nodig, maar ook de mensen die hem als leider dat idee zien uitleggen en willen navolgen. Je eigen mensen meenemen. Samen door vuren gaan. Samen het geloof hebben dat de veranderingen, die heel vaak nog niet zichtbaar zijn, nodig zijn. Samen daaraan willen werken. 

 

Dat is ook waar we in dit boek over schrijven: samen, als team, aan de slag met een Purpose-manifest. Bij Stegeman/Imperial hebben ze hun weg naar de toekomst als bedrijf gevonden, en dat voor een bedrijf dat al 160 jaar bestaat! Geen verspilling meer, 50% minder vlees in producten en 100% transparantie. Dat is een claim op de toekomst. En die mag gezien en gehoord worden. 

 

 

Ron van Es