Eerst nog iets over de verhalen - in haar huidige baan als directeur-bestuurder van Diverz heeft ze aan haar medewerkers gevraagd de verhalen van de cliënten van Diverz te gaan verzamelen, want in de verhalen worden mensen zichtbaar. Krijgen ze kleur. Worden het geen cijfers, geen spreadsheets, geen kostenpost. ‘Verhalen raken’, vertelt Yvonne. ‘Verhalen raken ons als medewerkers binnen Diverz, maar ook de bestuurders binnen de politiek, de mensen bij de verzekeraars en onze opdrachtgevers. Al die verhalen van mensen die onze zorg nodig hebben, maakt dat we beter begrijpen dat we er met elkaar zijn in deze samenleving.’ 

 

In ons gesprek krijgen we het over Richard Stone die met zijn boek ‘Genezende vertelkunst’ velen ervan overtuigd heeft dat verhalen inderdaad niet alleen de verbinding tussen mensen kunnen maken, maar ook kunnen genezen. In het geval van Diverz misschien wel genezen van het idee dat mensen in nood het er zelf naar gemaakt hebben. Of misschien wel genezen van het idee dat mensen die minder snel mee kunnen in de samenleving er maar een tandje extra bij moeten zetten. Richard Stone schrijft: ‘Er zijn veel dingen in ons leven die om een verhaal schreeuwen; onafgeronde relaties, ingrijpende veranderingen die de loop van ons bestaan beïnvloeden, en de de wonden van onrecht die ons door vrienden en ouders zijn toegebracht.’ 

 

‘We zijn veel kwijtgeraakt in de zorg’, vertelt Yvonne verder, ‘het lijkt wel of de systemen het over hebben genomen. We managen veel op cijfers, harde getallen omdat we denken dat alles meetbaar is. Meten is daarmee een manier geworden om controle te houden, maar dat is niet waar de zorg om mensen beter van wordt. Natuurlijk, ik heb een opleiding van technische bestuurskunde en heb een MBA, ik begrijp ook wel dat we riemen nodig hebben voor de boot, maar dat zijn echt niet alleen die cijfers.’  

 

‘Hoe doe jij dat dan als directeur-bestuurder?’, vraag ik haar. ‘Ik vraag om verhalen, bijvoorbeeld door interviews met mensen die bij ons zorg nodig hebben. Die verhalen vertellen veel meer over wat we doen. Het helpt ons ook om het beter te doen. Laat de mensen maar vertellen. Dit zijn ook de verhalen die beleidsmakers en bestuurders 

aanspreken. Ze komen echt binnen bij hen. En daarna vraag ik natuurlijk wel aan het lef om ermee aan de slag te gaan. Dus niet weer braaf terug naar de cijfers alleen.’ 

 

Dan vertelt Yvonne van haar weg als professional. Opgevoed in een ondernemersgezin met een sterke focus op arbeidsethos. Begonnen in het bedrijfsleven met een zicht op hoe de processen ondernemingen beter en succesvoller kunnen maken. Met de geboorte van haar dochter met een hersenaandoening, begon ook haar manier van kijken hoe we dat in de zorg doen te veranderen. ‘Mijn dochter is licht spastisch en heeft moeite met het snelle verwerken van informatie. Eigenlijk is ze te licht gehandicapt om binnen het zorgsysteem behandeld te worden en is het voor haar te moeilijk om overal mee te komen. Dan ben je een moeilijk geval in deze samenleving die nogal wat vraagt aan mensen. Door zo in aanraking te komen met de zorg voor haar, kreeg de zorg als geheel ook mijn belangstelling. Zelf was ik intussen ook meer van de mensen dan van de processen gaan houden, dus maakte ik de overstap.’ 

 

‘Natuurlijk, de zorg voor je dochter gaf je nieuwe inzichten’, zeg ik haar, ‘maar het lijkt me niet een eenvoudige stap.’ ‘Klopt, maar ik wilde bijdragen. Bijdragen omdat we het menselijk aspect uit het oog dreigen te verliezen. Ik wil van maatschappelijke betekenis zijn, misschien is dat ook wel een stuk van mijn opvoeding. En ja, in de zorg is het niet bepaald altijd koek en ei en is er ook veel frustratie, maar toch lag daar mijn werkterrein.’ 

 

‘Deed je en doe je vanuit compassie?, vraag ik haar. Daar ligt dan dat woord op tafel, compassie, dat lastige woord. Een woord dat een hele wereld lijkt te vertegenwoordigen in de zorg. Een woord dat ook soms maar moeilijk in de mond genomen wordt. Misschien omdat we met compassie teveel verwijzen naar Albert Schweitzer-achtige situaties. Jezelf opofferen voor de goede zaak. Jezelf wegcijferen voor de ander. Terwijl de zorg natuurlijk een professionele aanpak heeft gekregen. Compassie, het woord dat ik toch heel bewust tussen ons in leg in dit gesprek.  

 

‘Ik kreeg natuurlijk eerst wel wat kriebels bij dat woord compassie, zegt Yvonne, zeker met de achtergrond die ik heb, en compassie heeft misschien ook de lading alsof we allemaal vanuit medelijden voor de ander moeten zorgen, maar dat is het natuurlijk niet. Compassie betekent voor mij dat je echt geïnteresseerd in de ander bent zonder meegezogen te worden in ieders leed. Echt verbinding maken door te luisteren naar ieders verhaal, maar het is niet jouw verhaal. Het is herkenning, geraakt mogen worden. Om dan te kijken waar je de ander mee kunt helpen.’ 

 

En opnieuw moet ik denken aan Richard Stone en zijn boek ‘Genezende vertelkunst’ en vooral aan wat hij dan verder schrijft: ‘In onze rondtollende en wankelende wereld worden wij uitgedaagd om op zoek te gaan naar nieuwe manieren van omgaan en zingeven. (...) Daarom hebben we dringend gereedschap nodig dat ons kan helpen om samenhang te geven, een heelheid te ervaren waar anders een versplinterende werkelijkheid zou zijn.’  

 

Het gereedschap om de ander te zien in wie hij of zij is, en dat vanuit een compassie dat vraagt om begrip, is dan ook het verhaal van de ander te horen of te lezen. Het verhaal wordt zo een spiegel waarin we ook onszelf herkennen. Zien dat de ander nooit ver weg is geweest uit onze eigen wereld, en alleen soms een andere afslag heeft genomen waardoor nu hulp gevraagd wordt. Soms moeten we eerst over onze eigen drempel heen om dat verhaal te kunnen horen of lezen. Noem het een drempel van genoegzaamheid. Of een drempel van blinde eigenwaan.  

‘Al de verhalen die we nu verzamelen bij Diverz van inwoners, van jongeren, al die verhalen over levens soms in armoede of sociale onhandigheid, al die verhalen van mensen die net even verkeerde besluiten hebben genomen, het zijn de verhalen van een mens die jij ook had kunnen zijn. Dat geeft herkenning en je kunt ze dan ook vanuit compassie lezen. En het maakt onze mensen binnen Diverz ook gelijk trots dat we iets kunnen betekenen voor al deze mensen. De verhalen geven ook aan dat we als organisatie echt impact maken.’ 

 

Verhalen, het zijn de rode draden in ons eigen leven. Het zijn de lessen die we leren. Het zijn ook de verbindingen tussen ons mensen wereldwijd. Soms vergt het wat moed om ze te vertellen, op te zoeken, juist ook als organisatie. Een mooi persoonlijk verhaal dat misschien tekenend is voor Yvonne is haar anekdote over skydiven. ‘Ik uit een vliegtuig springen, mooi niet’, vertelt ze. ‘Ik had daar enorme weerstand tegen en toch, twee jaar geleden toen ik in Namibïe was, kreeg ik daar opnieuw de kans. Skydiven. Ik ben toen over die enorme weerstand heen gestapt. ‘En hoe was dat, vraag ik natuurlijk nieuwsgierig en tegelijk denkend dat ik het nooit never zal willen doen. ‘Het was fantastisch, roept ze enthousiast uit. Ik voelde me helemaal vrij daar in de lucht.’ ‘Waar heeft het je uiteindelijk bij geholpen?, vraag ik verder. ‘Het is echt een verrijking geweest. Het heeft mij bijvoorbeeld meer vertrouwen gegeven. Ik dacht zelfs: nu kan ik alles!’  

 

Soms vertelt een sterke weerstand je dus iets. Bijvoorbeeld dat er een les achter ligt, een stap die je moet nemen, maar waar je niet aan wilt. En dan, als je die stap 

uiteindelijk zet, die les leert, die beslissing neemt, het aandurft, dat nieuwe inzicht zich opent.  

 

Ik moet denken aan een droom die ik onlangs had. Ik was regisseur van een nog te maken voorstelling en alle acteurs zaten — al in hun toneelkleding — op een rij in het repetitielokaal. We spraken over mijn ideeën over de voorstelling en toen was daar het moment om te beginnen met de repetitie. Maar hoe te beginnen, waar te beginnen? Ik wist het niet. Toen zat daar Erik Vos, de grote toneelregisseur waar ik ooit mee heb mogen werken, die mijn begeleider bleek te zijn bij deze voorstelling. Hij zag mijn aarzelingen en vroeg of hij een voorstel mocht doen naar de acteurs. ‘Ja, natuurlijk’, zei ik met een grote opluchting. Erik Vos vroeg toen de acteurs op de speelvloer te komen en zei: ‘Speel nabijheid.’ 

 

Verbluft keek ik naar Erik Vos en werd wakker. Speel nabijheid, wat prachtig dacht ik, nog half slapend. Speel nabijheid. In de improvisaties die Erik Vos deed met zijn acteurs was zo’n opdracht helder genoeg voor acteurs om de draad op te pakken. In het dagelijks leven zouden we wat verbijsterd om ons heen kijken, of de makkelijke weg van de weerstand zoeken. Bespottelijke opdracht zouden we denken en roepen. Speel nabijheid. Maar precies hier gaat het natuurlijk om. Nabijheid. Hoe doe je dat? Hoe ontdek je dat? Hoe werkt dat dan? Wat houdt je tegen? Wat belemmert je?  

 

‘Hoe komen we nu met alle verhalen samen verder in de zorg?’ vraag ik Yvonne. Hoe creëren we nabijheid? Compassie? ‘Dat is de grote opdracht die ik aan mijzelf heb gegeven’, antwoordt ze. ‘Ik wil samenwerken met ondernemers, ik wil samenwerken met de gemeente, ik wil samenwerken met andere zorgverleners, want de vragen waar wij als organisatie voor staan zijn niet enkel onze vragen. Het zijn vooral vragen die ons allemaal aangaan. De zorg als systeem moet echt een ander systeem worden. Een inclusief systeem waar iedereen meedenkt, meewerkt en waar we samen dat verhaal vertellen van onze menselijkheid.’  

 

Wat een prachtige ambitie van Yvonne Zuidgeest om de muren te doorbreken. De zorg niet alleen aan de zorg over te laten. Om de hulp die mensen nodig hebben niet alleen te laten verzorgen door de hulpverleners. Om een inclusief verhaal te maken. En om als laatst dan toch weer die Richard Stone te citeren: ‘We moeten op het toneel gaan staan. Anderen uitnodigen tot spel. Spontaan acteren zonder meteen al conclusies te trekken. En, na verloop van tijd, moeten we achterom kijken, ons verbazen over de zin van het al, en onszelf helen door verhalen te vertellen.’  

 

 

Ron van Es